Cavia Tips

Cavia's zijn hele lieve leuke gezellige diertjes maar dat hoef ik je waarschijnlijk niet meer te vertellen. Ook zijn het groepsdieren, die niet graag alleen wonen.

Als knuffelcavia's kun je zowel 2 zeugjes (vrouwtjes) als 2 beertjes (mannetjes) bij elkaar houden. Ook bij een volwasen zeug of beer kan je een klein caafje van het zelfde geslacht plaatsen. Dit gaat eigenlijk altijd goed, maar cavia's zijn wel echte karakter diertjes dus in een enkel geval kan het zijn dat een combinatie niet klikt. Als je meer dan 2 cavia's wilt dan 2 raad ik je aan om zeugjes te kopen.



Hoe hou je deze lieve diertjes gezond?

Zorg voor voeding met veel vitamine C dit is van levensbelang!
 
 
  • Ikzelf voer m'n cavia's Union Cavia Corn, hoog gedoseerd voer: 4.000 mg. vitamine C. Een cavia maakt zelf geen vitamine C aan!
  • Geef geen konijnenbrokken (wegens het gebrek aan vit. C)
  • Geef beter geen gemengd voer want dan pikken ze de lekkerste dingen eruit en het noodzakelijke laten ze liggen.
  • Elke dag verse groenten o.a: paprika's, witlof, andijvie, wortels, peterselie, komkommer, 's zomers lekker vers (én schoon!) gras
  • Geef liever geen koolsoorten (gasvorming in de darmen) en niet te veel sla.(te veel vocht)
  • Aardappel en spercieboontjes zijn giftig voor een cavia!
  • Elke dag lekker geurend hooi zoveel als ze willen... Hooi is onmisbaar voor de spijsvertering én de cavia vind het heerlijk om zich er in te verstoppen.
  • Elke dag vers water in een drinkflesje.


    Verdere verzorging

    Regelmatig nagels knippen en de tanden in de gaten houden. Bij gebrek aan hooi groeien de tanden soms te lang door, geef daarom genoeg te knabbelen.
    Regelmatig kammen is vooral bij langharen belangrijk. Als er eventueel al een klit ontstaan is deze dan afknippen.
    Zorg voor een ruime kooi, voor twee cavia's is het beste om een kooi van minstens 100 cm. bij 50 cm. aan te schaffen.

    Je kunt je cavia's ook heel goed buiten houden,Zorg er wel voor dat het een tocht- en vochtvrije plek is! Ook is het verstandig om er rekening mee te houden dat bijvoorbeeld katten niet in het buitenhok kunnen komen!

    Verschoon de kooi regelmatig (1 a 2 keer in de week). Zelf gebruik ik zaagsel als bodembedekking. Dit absorbeerd goed . Aubiose of Vlas kan ook gebruikt worden.

    Een huisje is erg leuk maar gebruik het in het begin, als de cavia nog klein is (en niet tam), alleen 's nachts. (een cavia is een schuildier)

    Doe een binnencavia pas naar buiten als de buiten temperatuur gelijk is aan binnen.
    • zorg dat het gras droog is en dat de cavia niet aan giftige planten kan eten.
    • zorg voor voldoende schaduw en dat ze niet weg kunnen lopen, een rennetje is heel handig.
    • zorg ervoor dat er geen kat of hond bij ze kan komen.

      Tips voor warm weer:
    • zorg dat je cavia het niet te warm krijgt zowel binnen als buiten, zeker op slaapkamers en in schuurtjes kan het erg warm worden.
    • zorg ook buiten voor een plekje in de schaduw, ook in een buitenverblijf kan het erg warm worden. Een parasol of handdoeken kunnen voor schaduw zorgen.
    • Een lekker koel flesje water uit de koelkast (of een koelelement met daarom heen een washandje) vinden de caafjes heerlijk, ze gaan er uitgestrekt overheen liggen.
    • Zorg voor voldoende schoon water, er wordt wat afgedronken op een hete dag.
    • Ook een extra blaadje andijvie of een schijfje komkommer is een aanrader bij heet weer!

      Geef je cavia's veel aandacht. Zo krijg en hou je ze tam en zul je heel veel plezier aan ze beleven.
    •  

Voor cavia’s is vitamine C erg belangrijk. Het zit in verschillende hoeveelheden in de onderdelen van het basismenu. Toch kan er gemakkelijk een tekort ontstaan.

Oorzaken:

  • foute voeding; te eenzijdig voer, onvoldoende of onjuist groenvoer
  • verminderde eetlust door bv ziekte, gebitsproblemen, stress

Met name dieren met stress en dieren die drachtig zijn hebben een verhoogde behoefte aan vitamine C. De basisbehoefte ligt rond de 20 mg per dag; een drachtige zeug in de laatste weken heeft  2,5 keer zoveel behoefte, in de zoogperiode zelfs 4,5 keer en een jonge cavia 3 keer zoveel.

Het volgende overzicht laat zien hoeveel vitamine C er per 100 gram van de producten zit.

Aardbei           

 60

Peer

4

Andijvie

10

Peterselie

170

Appel

10

Rozenbottels

500

Bloemkool

75

Sinasappel

50

Bleekselderij

25

Spruitjes

150

Broccolli

110

Tomaten

20

Groene kool

80

Witlof

115

Komkommer

10

Wortel

5

Paprika

150

Gras 

Verschillend

Alternatieve vitamine C leveranciers kunnen natuurlijk ook gegeven worden. Te denken valt dan aan:

  • vitamine C bruis
  • vitamine C druppels (aanvullend)
  • vitaminetablet 50 mg oplossen in het water
  • rozenbottelsiroop, bevat 60 mg vitamine C per 100 ml limonade bij een verdunning van 1 op 4.

Want wat gebeurt er met cavia’s die een ernstig tekort hebben?

  • Ze vermageren
  • Ze verliezen snel hun goede conditie
  • Ze gaan moeilijker lopen
  • Ze liggen vaker op hun zijkant om het achterlijf en – poten te ontlasten
  • Hun haar gaat rechter op de huid staan
  • De ogen verliezen hun glans
  • Als gevolg van een zwelling in de gewrichten kan het achterlijf zodanig worden aangetast, dat het verstijfd en de dieren een karakteristieke huppelende gang vertonen
  • De voortplanting verloopt niet normaal, zwangerschappen kunnen uitblijven
  • Jonge dieren groeien slecht, kunnen problemen met huid en beharing krijgen
  • Er ontstaan van inwendige bloedingen o.a. aan slijmvliezen waardoor bloedarmoede kan optreden
  • Typisch is ontstoken tandvlees, verkleuring van de tanden en het loszitten van tanden en kiezen
  • Ze hebben regelmatig een verkoudheid
  • Ze kunnen darmproblemen krijgen

Bij een structureel te laag vitamine C gehalte zullen de verschijnselen langzaam ontstaan.
Bij een blijvend tekort volgt helaas de dood.

Voortplanting

De cavia heeft een bronscyclus van ongeveer 16 dagen, dat wil zeggen dat het zeugje om de 16 dagen bereid kan zijn tot paren. Deze periode duurt ongeveer 20-24 uur. Moeilijk is vast te stellen of het zeugje bereid tot paren is, vrijwel de enige aanwijzing is dat zij in zo’n geval hetzelfde knorrende geluid laat horen als de beer. 

De de bekkenbeenderen soepel en kan ze tot ze ongeveer drie jaar is jongen krijgen. Een oude zeug krijgt meestal minder jongen per worp dan een jonge zeug.
Met beertjes kan vanaf een leeftijd van vier maanden worden gefokt. Het is beter als ze iets ouder zijn (zes à zeven maanden) want dan staan ze beter 'hun mannetje' tegenover dominante zeugen.

Het is te merken wanneer de zeug bronstig wordt; de beer let goed op haar en probeert haar steeds in een gunstige stemming te houden. Hij loopt dan met langzame, afgemeten pasjes om haar heen en schommelt van hdraagtijd van een cavia is gemiddeld tussen de 68 en 72 dagen, bijna 10 weken. De bevalling zelf duurt kort, maar 15 tot 30 minuten. Als de eerst geborene net is droog gelikt, komt de volgende er al aan. Enkele uren na de bevalling is de zeug alweer bronstig.
Zeugjes kunnen het beste vanaf een leeftijd van ongeveer acht maanden bij de beer worden gezet. Ze moeten in ieder geval meer dan 800 gram wegen. Belangrijk is dat het zeugje haar eerste nestje krijgt voordat ze 10 maanden oud is. Als je langer wacht worden ze vaak minder makkelijk zwanger en is de kans op complicaties  groter.
De bekkenbeenderen van de zeug worden namelijk steeds minder soepel naarmate de zeug ouder wordt. Na een jaar vergroeien deze beenderen zelfs met elkaar. Als de zeug dan zwanger zou worden dan kan ze haar jongen niet ter wereld brengen omdat de beenderen verkleeft zijn en de jongen er dan dus niet meer door kunnen. Grote kans dat zowel de jongen als de moeder sterven.
Als een zeugje eenmaal een nestje heeft gehad, blijven et ene achterpootje op het andere. Met zijn lijfje strijkt hij langs haar lijfje, terwijl hij brommerig knort. Wanneer het vrouwtje dekrijp is, is haar vagina geopend gedurende 24 uur. De rest van de tijd is de vagina afgesloten met een slijmprop. Het vrouwtje gaat na het versieringsritueel op haar buikje liggen, steekt het achterlijfje omhoog , waarna de paring plaatsvindt. Dit duurt maar een paar seconden. Na de paring wassen de dieren zich omslachtig, vooral rond de geslachtsorganen.
Wanneer je een 'dekpropje' in het hok vindt gevonden, betekend het dat er een paring heeft plaats gevonden. Dit zul je echter niet altijd vinden. Soms is de dekking waar te nemen maar in de meeste gevallen gebeurt dit als er niemand bij is.

Reken ongeveer 12 weken vanaf de eerste kennismaking. In deze periode zit de bronstijd van ongeveer om de 16 dagen en de draagtijd van 68-72 dagen, samen is dit plusminus 12 weken. 

 Je kunt vanaf een week of vier zien dat de zeug zwanger is. Ze wordt dan namelijk zichtbaar dikker. Ook voel je bij het oppakken dat haar buik veel harder is dan anders. Voor de rest merk je niets aan haar. Ze wordt niet onrustig en maakt ook geen nest.
Voel je de jongen eenmaal duidelijk bewegen dan is de zeug ongeveer zeven weken zwanger. 
Pak een hoogzwangere zeug zo min mogelijk op en als je haar oppakt ondersteun haar achterhand dan goed (haar kontje en eventueel haar voetjes in de palm van je hand).

Een zeugje dat zwanger is heeft veel voeding nodig. Geef veel groenvoer en hooi.
Krachtvoer moet ook voldoende aanwezig zijn. Wees wat terughoudend met te eiwitrijk voer zoals geplette haver of maïs. Er is dan kans dat de jongen te groot worden waardoor er complicaties op kunnen treden bij de geboorte. Zwangere zeugen hebben twee keer zo veel vitamine C nodig als anders (nu zo’n 50 mg per dag). 

De zeug moet ongeveer 2 weken voordat ze is uitgerekend apart worden gezet (of haal de beer weg) want ze zou zoweer gedekt kunnen worden!
Nog een reden voor het apart zetten van de beer is de kans dat de beer zijn dochters dekt.
Ongeveer een week voor de geboorte krijgt de zeug ontsluiting. De bekkenbeenderen wijken dan uit elkaar. Dit is voorzichtig te voelen met je vinger onder aan de buik, vlak boven de vagina. Duidelijk te voelen is of de bekkenbeenderen strak gesloten zijn of dat er ontsluiting is (enige ervaring is uiteraard nodig!!).Wanneer er een ruime ontsluiting is (ongeveer breedte topje van je vinger (ca 1,5 - 2 cm)) zal de geboorte binnen enkele uren tot 2 dagen plaatsvinden. Ook een duidelijk zitkuiltje in het strooisel van het hok duidt erop dat de geboorte binnen een paar dagen zal plaats vinden.
Doordat de hoogzwangere zeug steeds op één plek ligt en vlak voor de bevalling iets onrustig wordt draait ze regelmatig rondjes. Hierdoor ontstaan het kuiltje.

De bevalling op zich gaat erg snel, complicaties daargelaten! De jongen worden meestal tussen de voorpoten door geboren. Het vlies wordt meteen doorgebeten en door de moeder opgegeten. Soms blijft juist een stukje vlies op het kopje zitten, dit moet worden verwijderd anders kan het jong stikken. Daarom kiezen sommige fokkers ervoor om een andere zeug erbij te laten zitten. Deze helpt mee tijdens deze eerste minuten. Zeker wanneer de zeug een groot nest voortbrengt. De zeug eet de placenta’s op, hier zitten waardevolle voedingsstoffen in en het stimuleert de melkproductie. 
Een paar uur na de geboorte kunnen de jongen al opgepakt worden om ze te controleren of om te kijken welk geslacht het is.
Beter is om het hok 1 of 2 dagen later te verschonen worden, om een goede relatie tussen moeder een kinderen niet te verstoren.
De jongen komen helemaal ontwikkeld ter wereld. Compleet behaard en met oogjes open en in het bezit van tanden en kiezen. De jongen  kunnen direct na de geboorte al lopen. Zij worden ook wel nestvlieders genoemd.
Een paar dagen na de geboorte eten ze al hardvoer. Ze drinken ongeveer 4 weken bij de moeder, naast het hard- en groenvoer wat ze steeds meer gaan eten. Na 25 dagen eten ze geheel zelfstandig. Het aantal jongen per worp is gemiddeld 2-3 maar dat kan variëren tussen de 1 en 10  .De cavia heeft maar 2 tepels en maar heeft een melkproductie voor wel 4-5 jongen. Geboortegewicht schommelt zo rond de 80-120 gram, met uitschieters.
Gemiddeld blijven de zeugjes zo rond de 4-5 weken bij de moeder.Beren  moeten met 3-4 weken uit het hok gehaald worden, zij kunnen namelijk hun zusjes of de moeder dan al dekken. Zeugjes kunnen namelijk al met 4 weken geslachtsrijp zijn. 

Het komt voor dat er een  jong dood wordt geboren. De moeder kan dit gaan aanvreten omdat het geen reactie geeft. Haal de dode jongen na de bevalling weg.
Soms kun je helpen om een aanvankelijk levenloos jong erdoorheen te krijgen!
Als een jong wordt geboren en het beweegt niet, haal het dan uit het hok, wrijf het op met een zachte handdoek en/of leg het in de handdoek en slinger deze rond. Leg het jong op een warme kruik en beweeg de achterbeentjes heen en weer. Hierdoor stimuleer je de ademhaling.
Het kan helaas ook gebeuren dat alle jongen dood geboren worden. Dit is meestal een gevolg van een moeilijke bevalling. Vaak was dan eerste jong erg groot en dat heeft de bevalling opgehouden.
In het geval dat de zeug in een goede conditie is, is ze een ideale pleegmoeder.
Je kunt dan bv twee jongen uit een ander nest bij haar zetten. Ze zal ze waarschijnlijk meteen accepteren. Zijn er geen jongen voor handen dan kan ze terug worden gezet in het dameshok.
Dit moet voorkomen dat ze onrustig wordt en op zoek gaat naar haar jongen.
Als het zeugje echter in matige conditie is, door een moeilijke en zware bevalling kan ze het beste met een andere zeug nog even apart blijven zitten om volledig op krachten te komen. 

Soms werpen zeugen grote aantallen jongen. Haar melkproductie is dan niet toereikend. Je kunt er dan voor kiezen, als die mogelijkheid er is, om een aantal jongen bij een andere zeug met weinig jongen te plaatsen.  Is er geen pleegmoeder voor handen dan kunnen de jongen, als ze te weinig voeding krijgen, bijgevoerd worden. Als ze klein blijven krijgen ze onvoldoende voeding binnen. Bijvoeren kan met melk en Brinta.  Laat de jongen gewoon bij de moeder. Als de moeder gewoon genoeg melk heeft en de jongen groeien goed, dan mag niet bijgevoerd worden! Eigen melk is veel beter dan bijvoeding.

De jongen kunnen met volle melk of oplosmelk (niet koud) uit een pipet worden gevoerd (ca.10-20 ml melk per dag per jong).  Jongen tot 5 dagen oud om de twee - drie uur voeren ('s nachts hoeft niet perse). Daarna tot 1,5 week oud om de 4 uur. De jongen krijgen dan 1 -2ml (tot 5 dagen) en ca.3 ml (na 5 dagen) per voederbeurt. Niet meer (of vaker) dan deze hoeveelheden melk bijvoeren want ze moeten ook zelf krachtvoer en hooi gaan (leren) eten. Bovendien kan te veel koemelk schadelijk zijn. 

Als ze ongeveer 5 dagen tot 1 week oud zijn kan overgeschakeld worden op Brinta. In begin slappe Brinta die met het spuitje of pipetje kan worden gevoerd. Als ze dat net zo gretig eten als de melk dan kan de Brinta in een bakje worden gezet en kunnen ze leren uit het bakje te eten door ze eerst met een lepeltje te voeren.  2 - 3 keer per dag Brinta in het hok zetten is goed, ze zullen zelf naar behoefte eten. De jongen hebben ook vitamine C nodig (3 mg vit C per jong per dag). Dit kan de eerste week in de Brinta worden opgelost. Zorg bovendien dat er altijd krachtvoer aanwezig is, ze moeten met 2 weken ook krachtvoer eten. Als blijkt dat ze nauwelijks krachtvoer eten dan moet de Brinta gematigd worden. De voedingsstoffen die niet in de Brinta voorkomen moeten ze namelijk binnen krijgen via het krachtvoer. Het bijvoeren hoeft niet langer dan tot 3-4 weken, afhankelijk van de gewichtstoename van de jongen. Hele kleine jongen kunnen wat langer bijgevoerd worden maar echt niet langer dan 4-5 weken. 

Wanneer de moeder is overleden en er is geen pleegmoeder voorhanden, moeten de jongen de eerste dagen in een apart hokje met een kruik worden gehouden. Als ze ongeveer een week oud zijn kunnen ze bij een volwassen cavia gezet worden. Ze nemen dan de gewoonten van de oudere cavia over. En voer ze natuurlijk bij volgens bovenstaande schema. 

Als jongen niet goed groeien en ze krijgen ingevallen heupjes (en bolle ruggetjes) dan moet meteen ingegrepen worden.
Controleer de tepels van de zeug. Geeft ze wel melk? Zijn de tepels ontstoken (opgezwollen en rood)? Als de zeug geen melk geeft kan er weinig aan worden gedaan. Geef de zeug veel rust en wellicht komt de melkproductie weer op gang. 
Kapot gezogen tepels ontstaan doordat de jongen te weinig voeding binnen krijgen en daardoor harder gaan zuigen of verkeerd aan de tepels zuigen. Bij grote nesten komt dit regelmatig voor. De zeug piept tijdens het voeden. Deze kwaal is zeer goed te behandelen met Kamillosan (homeopathische zalf). Een à twee keer per dag de tepels insmeren met deze zalf. Het kan geen kwaad voor de jongen. Na enkele dagen is het meestal over. 
Geef zeugen met grote nesten extra krachtvoer in de vorm van geplette haver. Een handje per 2 dagen moet voldoende zijn. Teveel is niet goed. In de zomer kan veel gras gevoerd worden.

Sommige zeugen hebben erg veel geïnvesteerd in hun jongen. Ze zijn dan erg mager en kunnen zelfs iets ingevallen heupjes hebben.  Een zeug die het zwaar heeft gehad heeft zolang rust nodig totdat ze weer in goede conditie is. Dit wil niet zeggen dat ze vet moet worden! 
Laat een zeugje niet meer dan twee tot maximaal drie keer per jaar een nestje krijgen. Wanneer je een zeugje één week rust geeft nadat ze een nest heeft grootgebracht dan heeft ze dus ongeveer eens per 4 maanden een nest (1 à 2 weken voor zeugje zwanger is + 10 weken draagtijd + 5 weken jongen opvoeden + 1 week rust = 18 weken = 4 maanden = 3 keer per jaar).

 

Ziekten & Kwalen

Een zieke cavia eet niet of nauwelijks, ligt stil in een hoekje en oogt lusteloos. Andere symptomen kunnen zijn dat hij een hijgende ademhaling vertoont, afscheiding van neus en ogen heeft, een geklitte, vieze en onverzorgde vacht heeft, dunne of brijachtige ontlasting maakt en excessief drinkt.

De normale lichaamstemperatuur ligt tussen de 37,5 en 39 °C, een hartslag van 230 - 320 slagen per minuut en een ademhaling van 90 - 150 keer per minuut. Ze gedijen het best bij een omgevingstemperatuur van 15 graden.

De meest voorkomende ziekten en kwalen zijn:  

  • Diarree, kan het gevolg zijn van een bacteriële of virale infectie. Bedorven voedsel of smerig drinkwater, wormen en andere parasieten doen er nog een schepje bovenop.  Aflatoxicose is een bijzonder venijnige diarree met een doorgaans fatale afloop. De boosdoeners zijn veelal beschimmelde noten en al even slecht hooi. Geef ook nooit bevroren en weer ontdooit groenvoer. Sommige gevallen van diarree woorden veroorzaakt door het geven van teveel vochtrijk voedsel. Wanneer het geen virale oorzaak heeft, kan het genezen worden door het dier in een warme omgeving te zetten. Reinig de achterhand met warm zeepwater (babyshampoo). Geef het warme melk of kamillethee als vocht, haal alle vochthoudende voedingsmiddelen uit het hok en geef uitsluitend droog (geroosterd) brood, gekookte rijst, knäckebröd, hooi en haver of korrel als voer.
  • Zere ‘hielen’, dit zijn ruwe plekken aan het pootgewricht. De oorzaak is doorgaans een vochtige of vieze kooi. Als je het probleem niet snel onderkent, kunnen er diepe zweren ontstaan. Vaak zie je dit bij cavia’s die in een kooi met een bodem van draadgaas gehouden worden.
  • Hitteslag, cavia’s zijn hier erg gevoelig voor. Dit probleem treedt eerder op als ze buiten in een ren zitten, zonder voldoende water en met nauwelijks schaduw. Ze worden lusteloos, beginnen te hijgen, raken soms buiten bewustzijn en krijgen convulsies (samentrekkingen). Koel de cavia af met in lauw water gedrenkte doeken!
  • Opstopping, mogelijke oorzaken zijn gebrek aan ruwvoer, te droog dieet (teveel korrel), een of andere ziekte, of ook te weinig drinken. In milde gevallen wil vloeibare paraffine (minerale olie, orale toediening) wel eens helpen. In ernstige gevallen geeft de dierenarts een klysma.
  • Wormen, deze parasieten worden overgebracht via de ontlasting van honden en wilde konijnen; wanneer je gras plukt voor de cavia op een plek waar veel honden uitgelaten worden of wilde konijnen leven, kan het gras eieren van deze parasiet dragen! Bij het eten van dit gras komen de eitjes in de spijsverteringsorganen van de cavia. In de darmen komen de eitjes uit, de wormen zullen zich vermenigvuldigen. De cavia vermagerd en verliest weerstand.
  • Huidschimmel, deze aandoening komt steeds vaker voor bij cavia’s. Aan de oren of de neus zitten dan kleine schilfertjes. Het is vrij besmettelijk voor zowel andere dieren als de mens, maar wel eenvoudig te behandelen.
  • Luizen ( Gliricola Porcelli), kunnen worden overgebracht met hooi of stro. Ze kunnen ze ook oplopen door aanwezige honden of katten. Baad de cavia in medicinale shampoo. Gebruik vervolgens een insectendodende spray of poeder.
  • (Oor)schurft (Trixicarus Caviae), als de cavia vaak met zijn kop schut of hem scheef houdt, is de kans groot dat hij oorschurft heeft. Deze kleine beestjes voeden zich met oorsmeer en huidschilfers uit het oor. Door de voortdurende irritatie wordt er nog meer oorsmeer aangemaakt, waardoor het hele oor dicht gaat zitten met vuiligheid. Dit veroorzaakt de jeuk. Gebruik een oorcleaner.
  • Scheurbuik, komt voor bij cavia’s met een vitamine C gebrek. De symptomen zijn gewichtsverlies, verminderde weerstand, gezwollen en pijnlijke gewrichten (bloedinkjes). Uiteindelijk gaat de cavia dood.
  • Paratyfus, deze ziekte kunnen cavia’s oplopen wanneer ze in aanraking komen met muizen en ratten. Ratten kunnen zelfs jonge cavia’s aanvreten. Zorg daarom altijd dat de stal muis- en ratvrij is. Cavia’s sterven bijna altijd na 48-72 uur, nadat ze zijn besmet. Soms kan een besmet dier langere tijd blijven leven.Verstopping en vergroting van de lever duiden op paratyfus. Bij een zeer sterke vermagering kun je denken aan paratyfus.
  • Tandproblemen,  te weinig gelegenheid tot knagen of een erfelijke afwijking. Het veroorzaakt kwijlen en eetproblemen, omdat snijtanden dan scheef gegroeid kunnen zijn. Cavia’s die voeding krijgen waarin te weinig mineralen zitten, lopen gevaar dat hun tanden afbreken. Een gebroken tand zal zelf weer snel aangroeien (10-14 dagen). De gebroken tand veroorzaakt veelal een lipbeschadiging. Het wondje dagelijks schoonmaken met boorwater en de cavia brood in melk en andere zachte kost toedienen.
  • Tumoren, hier hebben ze gelukkig niet zoveel last van. En dan nog meestal op latere leeftijd. Ze komen wel regelmatig voor bij dieren uit een familiestam waarin veel inteelt is bedreven. De meest voorkomende zijn goed- en kwaadaardige gezwellen in de huid. Ook kunnen zich gezwellen voordoen aan de melkklieren van de vrouwtjes. Deze kunnen operatief verwijderd worden.
  • Abcessen, deze kunnen worden veroorzaakt door een klap of door een distel in het hooi. Het is een onderhuidse infectie. Een klein wondje kan dichtgroeien terwijl er onderhuids nog een ontsteking aanwezig is. Gewoonlijk is er een vrij harde massa te voelen, deze wordt steeds groter en zachter naarmate hij rijper wordt. Haal de cavia weg bij de rest; barst het abces open en likken de andere cavia’s eraan, dan raken zij ook besmet. Was een opengebarsten abces uit met een zoutoplossing. Herhaal dit ieder dag totdat al het vuil weg is. Het zal van binnenuit helen en als het goed wordt schoongehouden, is het snel genezen.
  • Huidziekten, komen vaak voor in de vorm van schilferige, intens jeukerige plekken. Het dier kan zich tot bloedens toe krabben! Doorgaans zijn er twee oorzaken: ringworm, een schimmel die op de haren leeft en Mijten die gangen in de huid graven. De mijt bestrijdt je met sprays, shampoos of een injectievloeistof die oorspronkelijk werd ontwikkeld ter bestrijding van wormen bij vee, maar ook in zeer kleine dosis aan de cavia gegeven mag worden. Ringwormen verdwijnen met een speciale shampoo. De schimmel is ook besmettelijk voor de mens, dus altijd goed je handen wassen! Maak in beide gevallen altijd de kooi grondig schoon om herhaling te voorkomen. Soms hebben drachtige zeugjes kale plekken ten gevolge van hormonale veranderingen. Na de bevalling groeit het haar gewoon weer aan.
  • Infectie van de ademhalingswegen, de symptomen zijn dezelfde als die bij een  verkouden mens. Onder slechte omstandigheden kan er een longontsteking ontwikkelen, hetgeen bijna altijd slecht afloopt. Doorgaans is een onderliggend gezondheidsprobleem de reden, waardoor de weerstand is verminderd. Slechte ventilatie en ‘overbevolking’ maken het er niet beter op. Het succes van de behandeling is vaak teleurstellend, omdat cavia’s bijzonder gevoelig zijn voor de bijwerkingen van een noodzakelijkerwijs langdurige behandeling met antibiotica.  Breng het zieke dier in ieder geval geïsoleerd onder in een warm, droog hok.
  • Pseudo-tuberculose, is een infectie van de ingewanden. Diarree, gewichtsverlies zijn de belangrijkste symptomen. Sterfte na 3-4 weken.
  • Evenwichtsstoring, dan houd de cavia zijn kop naar een zijde en draait mogelijk in kringetjes rond. Het zieke dier kan geen koers houden. Dit alles wijst op een ontsteking in het middenoor. Raadpleeg de dierenarts.
  • Virusziekten, voortgaande verlamming, die door een infectie van de slijmhuid wordt veroorzaakt. Begint meestal aan de achterhand en woekert naar voren door, waarna de cavia sterft.
  • Breuk van ledematen, vereist altijd de hulp van een dierenarts!
  • Ongerechtigheden in het oog, voorzichtig met een pincet verwijderen en het oog met oogwater zuiveren.
  • Tepelwondjes, ontstaan door de scherpe tandjes waarmee de jongen al ter wereld komen en bij het drinken soms verwondingen veroorzaken. Tepels en tepelhof (rand) 1-2 keer per dag met Kamillosan- zalf verzorgen.
  • Te lange nagels, moet je met een nagelschaartje bijknippen. Let er goed op dat je niet in het ‘leven’knipt! Dit is vooral bij donkere nagels moeilijk te zien.
  • Vuile voeten en oren, wassen met babyshampoo en goed afspoelen met lauwwarm water.

De meest algemene maatregelen die je kunt treffen wanneer een cavia ziek is:

  • isoleer het zieke dier, het kan immers iets besmettelijks zijn en zo infecteer je de rest van je cavia’s. Was, na contact, ook altijd je handen zeer grondig voordat je een andere cavia aanraakt!
  • Zet het zieke dier in een rustige, warme omgeving. De beste temperatuur is 18-21 °C.
  • Let extra goed op hun eet- en drinkgedrag, zieke cavia’s moeten meer gestimuleerd worden. Voer eventueel met dwang!

Als je cavia ziek is, kun je altijd het beste je dierenarts om advies vragen!

 Taal van de cavia's

De cavia heeft een heel arsenaal om met zijn omgeving te communiceren.
Een brommerig gekwetter is een geluid dat bij de hofmakerij hoort. Wanneer jouw cavia je op deze manier benaderd, weet je zeker dat hij je erg graag mag!
Korte, stoterige geluidjes dienen ter onderlinge communicatie en als onderlinge band. De geluidjes dienen om het contact te bewaren wanneer de dieren elkaar op hun tocht niet kunnen zien door bijv. het hoge gras. Geknor: alles is in orde!

Sissen en klappertanden is imponeergedrag om een onbekende cavia of een rivaal te overtuigen van de superioriteit. Meestal ontstaat er geen gevecht na dit imponeergedrag.
Piepen is een teken van angst of van pijn en voor de andere cavia’s een sein om te vluchten. Wanneer de jongen piepen zal de moeder onmiddellijk op haar jongen afgaan om ze te beschermen of terug naar het hol te brengen. Heel hard en hoog gepiep is een vorm van roepen van een bekende cavia of persoon. Met stijve en hoog uitgerekte poten om elkaar heen lopen is imponerend gedrag naar een onbekende cavia of de uitdaging tot een gevecht.

Zowel het zicht- als het reukvermogen van de cavia is goed ontwikkeld. Hij kan prima roedeldieren of vijanden op het zicht herkennen, hoewel ook de geur bepalend is voor herkenning.

 

Gedrag

De cavia is een dagactief, sociaal levend diertje dat zich uitstekend leent als gezelschapsdier. In de natuur leven ze in kolonies.
Ze produceren allerlei geluiden om te communiceren; ze maken bijvoorbeeld een knorgeluid als ze iets interessant vinden en ze huilen bij gevaar.
Wanneer ze een snorrend geluid produceren willen ze je duidelijk maken dat ze wel geaaid willen worden en bij krijsen roepen ze om hulp! Ze staan erom bekend dat ze vrijwel nooit bijten. Als ze ergens van schrikken, weren ze zich niet af maar verstarren volledig. Het zijn uiterst zindelijke dieren die erg schoon zijn op zichzelf.

 
Rassen

Er zijn op dit moment negen erkende caviarassen. Deze onderscheiden zich voornamelijk door hun vachtstructuur. Het meest voorkomende ras is de gladhaar. De verschillende soorten cavia’s hebben eigelijk allemaal dezelfde uiterlijke kenmerken.
Ze behoren krachtig en gespierd te zijn gebouwd, met een gedrongen lichaam en mooi afgerond aan zowel de voor- als de achterkant. Ze hebben korte, rechte en gespierde pootjes.

Aan de voorkant hebben ze 4 en aan de achterkant 3 tenen. Opvallend is de hoge, brede en goed ontwikkelde schoft die geleidelijk naar beneden afloopt in de korte, brede en rechte rug. De borst is diep, vol en breed.  Ze hebben een krachtige, relatief korte nek en een stompe brede kop. Doordat de kop zo breed is, staan de ogen en oren ver uit elkaar. Ook hebben ze goed ontwikkelde wangen en  onbehaarde oortjes die schuin zijn aangezet en naar benden gericht zijn. In het midden vertonen de oren een golfje. De ogen zijn groot, rond en bol met een heldere uitdrukking. Van de zijkant bezien heeft de cavia een gebogen neus, dat noemt men een romaans profiel. Een goed ontwikkelde, volwassen cavia weegt tussen de 900 en 1200 gram. Cavia’s hebben geen zichtbare staart.

Gladharigen
Deze cavia’s worden ook wel “normaalhaarcavia’s” genoemd omdat het hier om de oorspronkelijke beharing gaat. De haren hebben een lengte van zo’n 3 cm en liggen vlak op de huid. De ondervacht is zacht, de dekharen voelen grof aan. Het haar moet flink glanzen.
Ze worden in allerlei kleuren gefokt en in de meeste kleuren erkent.

Engels gekruind
Deze cavia’s zijn gladharig maar hebben een kruin midden op het voorhoofd, dit geeft ze een grappig uiterlijk. De kruin moet zo groot en rond mogelijk zijn en moet uit één geheel bestaan. De beharing loopt vanuit een punt in het midden van de kruin naar buiten toe uit. Tevens moet deze op de juiste plaats zitten, deze zaken maken het fokken van een juist gekruinde cavia moeilijk. De kruin vererft dominant.
De vacht is gladharig met weinig onderwol.
De kleur van de kruin is exact hetzelfde als die van de rest van de vacht, zonder anders gekleurde haren. Ze komen voor in allerlei kleuren maar de meest voorkomende kleuren zijn toch wel de agouti-kleuren en de effen kleuren zoals zwart, rood, wit en crème.

Amerikaans gekruind
Bij deze cavia’s is de kruin geheel wit van kleur. De plaats van de kruin is hetzelfde als bij de engels gekruinde. Ook deze kruin vererft dominant.
De vacht is hetzelfde als die van de gladhaar en de Engels gekruinde cavia.
De meest voorkomende kleur is de rode maar ze worden in diverse kleuren gefokt onder meer eenkleurig rood en zwart, goudkleurig en buff.

Satijn
Dit is een vrij nieuw ras. De haren van deze gladhaar cavia hebben een holle schacht, waardoor ze een satijnglans krijgen.

Borstel (Abyssinian)
Deze cavia’s komen oorspronkelijk uit Engeland. Er word bij deze dieren veel waarde gehecht aan de juiste hoeveelheid, vorm en plaatsing van de diverse rozetten. De vacht is wat langer maar door de schaarse ondervacht klit deze niet. Ze hebben dezelfde lichaamsbouw als de gladhaarcavia maar door de plaatsing van de rozetten op onder meer de achterhand komt de hoge schoft wat minder uit de verf en lijken ze een even hoge achterhand te hebben. Ze hebben een langere vacht dan gladhaar cavia’s; de haren zijn ongeveer 3,5 cm lang en voelen vrij stug aan. De rozetten bevinden zich over het hele lichaam. Wenselijk is dat er aan elke kant van het lichaam 4 rozetten zitten, die zo symmetrisch mogelijk geplaatst zijn. Zo ook op de achterhand. Men ziet graag een rozet op de neus. Op de rug loopt een opstaande kam van haar. De rozetten moeten zo groot en rond mogelijk zijn en ook het midden van de rozet moet goed behaard zijn. De beharing loopt vanuit het midden naar buiten toe uit. De borstelharige eigenschappen vererven dominant.
Borstelharige cavia’s worden in veel verschillende kleuren en tekeningvariëteiten gefokt.

Langharig (Peruvian)
Dit is de bekendste van de langharige cavia’s. Een optimale vachtverzorging van deze cavia vraagt veel tijd en inzicht. Zij hebben namelijk een zeer lange vacht die iedere dag moet worden gekamd. Sommige fokkers draaien papillotten in het haar om zo te voorkomen dat het haar gaat klitten en zelfs afbreekt. Ook worden deze dieren het beste op zaagsel gehouden. Door de lange haren komt de lichaamsbouw niet altijd zo uitgesproken tot zijn recht.
De vacht voelt zacht aan en glanst. Alleen het haar op de snoet is kort. Omdat ze een rozet op de kop hebben, valt het lange haar naar voren toe in een pony, waardoor de snuit niet zichtbaar is. Ook hebben ze op iedere heup een rozet, welke niet of nauwelijks zichtbaar is naarmate het haar langer is. De scheiding ligt precies in het midden op de rug. Ze dragen een soort sleep; extra lange haren aan de achterzijde. Er is geen maximale haarlengte.
Het lange haar vererft recessief. Ze worden in verschillende kleuren gefokt.

Sheltie
Deze langharige cavia heeft geen rozetten op het lichaam.

Coronet.
Dit is een Sheltie met een rozet op het voorhoofd. Ook deze cavia’s hebben een uitgebreide vachtverzorging nodig. Het haar op de kop is kort. Ze worden in verschillende kleuren gefokt.

Rex
Dit is een ruwharige cavia. De beharing is vrij stug, dicht ingeplant en kroezig. Het haar staat van het lichaam af en voelt veerkrachtig aan. Het is ongeveer 2 cm lang. Het haar op de buik en de kop is korter dan op de rest van het lichaam. De kop is krachtig ontwikkeld met een flinke breedte tussen de oren en ogen en een fraai afgeronde stompe snuit met gebogen neusbeen en goed ontwikkelde wangen. De ogen zijn groot, rond, helder en iets uitspringend.
Rexen kunnen rood, zwart, wit en driekleurig zijn. Er zijn zelfs rus-rexen, satijn-rexen en agouti-rexen.

CH-teddy
De zwitserse teddy is ook een ruwharige cavia. Hij is kleiner dan de rex. De vacht is dik. De haren staan recht van het lichaam af en zijn licht kroezend. De vacht is gelijkmatig lang (ongeveer 6 centimeter). Het haar op de buik is korter en ook licht kroezend.
Meestal is de vacht van dieren jonger dan 5 maanden iets minder lang.
De CH-teddy mag geen rozetten op het lichaam hebben. Een kruin op de kop is wel toegestaan. Als het dier ouder wordt en de dikte van de vacht toeneemt dan is deze vaak niet meer zichtbaar. 

De CH-teddy moet brede schouders hebben en een brede, relatief stompe kop De ogen zijn groot, rond, helder en iets uitspringend. CH-teddy’s komen in alle kleurslagen voor.
Dit ras heeft een bijzonderheid: Vachtwisseling.
In het bijzonder jonge dieren doorlopen nogal wat ontwikkelingsfasen.Ze kunnen gedeeltelijk hun vacht verliezen en er daardoor uitzien als een mix-cavia. Als de vacht na deze rui weer aangroeit, zien ze er des te mooier uit. Helaas zijn er ook dieren die na een rui-fase nooit meer een goede vacht krijgen. Een CH-teddy is het mooist als hij 4-5 maanden oud is en daarna pas weer al hij volwassen is.
Drachtige zeugjes verliezen altijd aan vachtkwaliteit.

US-teddy
Ook dit is een ruwharige cavia. De US teddy heeft ongeveer 2 cm lang, zeer dicht ingeplant kroezig haar. De haren staan van het lichaam af. De beharing is zeer zacht en veerkrachtig, in tegenstelling tot de stugge haren van de rex. De haartoppen zijn licht gebogen. De beharing op de kop en de buik is iets korter dan de lichaamsbeharing. De kop is krachtig ontwikkeld met een flinke breedte tussen de oren en ogen en een fraai afgeronde stompe snuit met gebogen neusbeen en goed ontwikkelde wangen. De snorharen zijn glad en vertonen een beetje een golving. De ogen zijn groot, rond, helder en iets uitspringend.
De bouw moet krachtig, kort en geblokt zijn. Deze cavia’s bestaan nog niet zo lang! Ze hebben gekroesd, zeer ruw haar dat niet vlak aan ligt, maar juist van het lichaam af staat. Het haar is moet goed, dicht ingeplant zijn en is relatief kort en voelt veerkrachtig aan. Op de kop en de buik is het haar korter. De mutatie die het kroeshaar veroorzaakt, vererft recessief. Ze komen in veel verschillende kleuren voor maar niet alle kleuren worden officieel erkend.

Tessel
De vachtverzorging van deze cavia is tijdrovend! Niet alleen zijn de haren lang – dus gevoelig voor klitten-, ze krult ook nog. Dit maakt het extra moeilijk om de vacht in een goeie conditie te houden.
Ze zijn voor het eerst in Engeland gefokt. Het zijn in wezen langharige rexcavia’s. Ze hebben lang gegolfd haar, dat zacht aanvoelt. Het mag geen open plekken vertonen of op plaatsen dun behaard zijn; het moet zo dicht mogelijk ingeplant zijn. In het midden van de rug loopt een scheiding, het haar op de kop groeit over de rug naar achteren. Op de snuit is het korter dan op de rest van het lichaam. Op de buik vormen de haren fijne krullen. Graag ziet men een zogenaamde sleep van langer haar aan de achterzijde. Het haar is ongeveer 12 cm lang.
Ze komen in allerlei kleuren voor, al zijn niet alle kleuren overal officieel erkent.

Merino
Deze cavia’s hebben dezelfde verzorging nodig als de Tessel.  Zij hebben een gekrulde vacht en twee rozetten: een geslaagde combinatie van de haarinplant en haarligging van de gewone langhaar en de krullende haarstructuur van de Tessel. Merino’s worden in verschillende kleuren gefokt waaronder rood,zwart,crème en wit maar ook bont en driekleur komen voor. Ze zijn nog niet erkent, dus op tentoonstellingen kom je ze nog niet tegen.

Alpaca
Wederom een cavia met flinke vachtverzorging! De beharing is lang en krullend, net als bij de Tessel, met een rozet op het voorhoofd. Ze worden in verschillende kleuren gefokt, waaronder crème, rood, zwart en wit.

 

Vachtkleuren

Een kleurslag is een groep kleuren die bij elkaar hoort. Er worden twee hoofdgroepen van kleurslagen onderscheiden: de agouti’s en de eenkleurigen.
Cavia’s komen voor in de meest verschillende kleuren en kleurcombinaties.
De dekkleur is de kleur van het haar aan de uiteinden, de kleur die zichtbaar is. De onderkleur is de kleur van het haar dat zo dicht mogelijk tegen het lichaam aan ligt.

Agouti ( goud, grijs, zilver, zalm, cinnamon)

Deze kleur wordt ook wel het wildkleurpatroon genoemd. Het is de oorspronkelijke kleur waarin de cavia voorkomt (goudagouti). Bij deze cavia’s wordt er gesproken over een zogenaamde ‘ticking’; zij hebben dekharen die niet eenkleurig zijn maar die uit verschillende kleuren bestaan. De kleuren zitten om en om op elk haar, zo zie je een bandjespatroon met afwisselend een lichte en een donkere kleur. De buik is vrij van ticking.

 

  • Goud-agouti, bij dieren met deze kleurslag ligt de zwarte ticking over een warme roodbruine dekkleur. Ze hebben zwarte nagels, oren en voetzolen en donkerbruine ogen. De buikkleur is roestrood, vrij van ticking of vlekken en zo smal mogelijk.
  • Grijs-agouti, deze dieren lijken op de goud-agouti maar de dekkleur is fletser, meer neigend naar geel dan naar rood. Ze hebben ook zwarte oren, voetzooltjes, nagels en donkerbruine ogen. Moeilijk zuiver te fokken. De buikkleur is min of meer zilvergrijs.
  • Zilver-agouti, zij hebben een zilvergrijze dekkleur met zwarte ticking. Ook zij hebben donkerbruine ogen, zwarte oren, nagels en voetzolen. De buik is wit maar zo smal mogelijk.
  • Zalm-agouti, deze cavia’s hebben een zilverwitte dekkleur met een lila ticking. De oren en voetzolen zijn vrijwel pigmentloos, dus roze. De nageltjes zijn hoornkleurig en de ogen rood. Opvallend bij deze kleurslag is dat de jongen vrij donker geboren worden en pas later de blijvende, volwassen zalmkleur krijgen. De buik is licht-zalm van kleur.
  • Cinnamon-agouti, de kaneelkleurige ticking ligt over de zilverwitte dekkleur. De buik is enkel zilverwit, de oren, nagels en voetzolen zijn, evenals de ogen bruin. Deze dieren worden donker geboren, de kleur licht later pas op (meestal rond 5 maanden). Cinnamon is engels voor kaneel!

 Eenkleurig ( zwart, chocolade, lilac, beige, rood, goud, buff, creme, wit met rode ogen en wit met donkere ogen)

 Deze dieren zijn vrij van ticking in de vacht en hebben in het ideale geval over het gehele lichaam exact dezelfde kleur.  

  •  Zwart, de haren van deze dieren zijn lakzwart van kleur, de kleur gaat door tot op de huid. Ze hebben ook zwarte voetzolen, oren en nagels. De ogen zijn donkerbruin gekleurd.
  • Chocolade, deze cavia’s behoren een zo donker mogelijke chocoladekleur te hebben. De voetzolen, nagels en oren zijn bruin. De ogen zijn donkerbruin en tonen bij een bepaalde lichtinval een rode gloed, ‘vuurgloed’ genoemd.
  • Lilac, dekharen zijn egaal licht blauwachtig met een rossige gloed. Deze gloed mag niet te donker zijn. De kleur strekt zich uit tot aan de huid. Oren en voetzolen zijn vleeskleur, nagels hoornkleurig en de ogen rood. Ook deze cavia’s worden vrij donker geboren en kleuren na enige tijd lichter op.
  • Beige, deze cavia’s hebben een donker ivoorkleurige vacht met een grijze waas, deze mag niet bruinachtig zijn. De voetzolen en oren zijn vleeskleurig. De ogen zijn rood. Worden donkerder geboren. Er is een verwantschap met de Lilac kleur.
  • Rood, zij hebben een warme kastanjerode kleur zonder ticking. Rode cavia’s hebben donkere ogen en oren en zwarte voetzolen en nagels.
  • Goud, de dieren hebben over het gehele lichaam een warm oranje kleur. De oren en voetzolen zijn vleeskleurig, dus volledig pigmentloos, de nagels hoornkleur en de ogen zijn rood. De kleurverandering duurt ongeveer 4 tot 6 maanden.
  • Buff, tot deze kleurslag worden cavia’s gerekend die een warme okergele vacht hebben, zonder dat de tint naar rood neigt. Ze hebben donkerbruine ogen, oren en voetzolen zijn vleeskleurig en de nagels hoornkleurig.
  • Creme, zij behoren een zo licht mogelijke vachtkleur te hebben, in het ideale geval is deze licht ivoorkleurig. De ogen zijn bruin en de oren en voetzolen behoren vleeskleurig te zijn.
  • Wit, er zijn twee variëteiten namelijk met rode ogen en met donkere ogen. De eerst genoemde hebben een zuiver witte vacht (sneeuwwit), zonder een gele zweem. De oren, nagels en voetzolen zijn volledig pigmentloos (albino). De wit met donkere ogen cavia is geheel wit en afgezien van de oogkleur is het gehele lichaam vrij van pigment. De ogen mogen blauw of bruin zijn.

Tekeningvarieteiten ( brindle, schildpad, driekleur, hollander, schimmel, dalmatiner, rus)

Een tekening is een vastgelegd kleurpatroon. Er zijn verschillende tekeningen erkent. Het is erg lastig om de afscheidingen tussen kleuren precies daar te fokken waar ze thuishoren. Het fokken van tekeningdieren vormt dan ook een uitdaging voor de gevorderde fokkers, omdat de aftekeningen niet zuiver vererven. Twee perfect getekende ouderdieren kunnen een nestje jongen voortbrengen met slecht getekende jongen en andersom.

  • Brindle   
    Brindle is Engels voor gestroomd en is de benaming voor cavia’s met een beharing van groepsgewijs voorkomende rode, of geelrode en zwarte haren hebben, zonder dat eenkleurige rode of zwarte kleurvelden ontstaan. Ook de buikkleur moet gestroomd zijn, evenals de poten. Het liefst wordt er gezien dat de beide kleuren zo gelijkmatig mogelijk vermengd zijn. De oortjes en de voetzolen zijn zwart en de ogen donker van kleur.
  • Schildpad
    Ook deze cavia’s hebben rode en zwarte haren, alleen behoren deze gelijkmatige vlakken te vormen. Deze vrijwel vierkante vlakken moeten scherp begrensd zijn. Vanaf de zijkant bezien hebben deze dieren 3, 4 of 5 vlakken. Op de rug behoort er een kaarsrechte scheiding te liggen tussen de vlakken aan de weerszijden. De tegenoverliggende kleur dient contrasterend te zijn. Zij hebben donkere ogen, oren en voetzolen.
  • Driekleur
    Dit zijn eigelijk schildpadcavia’s met wit! Er wordt gestreefd naar drie kleurvelden aan iedere zijkant. Ook weer contrasterend aan elkaar. De scheidslijn bevindt zich in het midden op de rug en dient zo recht mogelijk te zijn. Deze dieren mogen twee verschillende kleuren ogen hebben. Deze kleurslag is er ook met chocolade met rood en wit.
  • Japanner
    Deze cavia is ook rood met zwart, maar hier liggen de kleuren als banden rond het lichaam en de kop. De scheiding van de kleuren loopt van voor naar achter midden over de rug en de buik. Waar de linker lichaamshelft rood is, moet de rechterhelft zwart zijn. De rode kophelft moet een zwart oor hebben en omgekeerd. Dit patroon is ontzettend moeilijk te fokken.
  • Hollander
    Deze tekening houdt in dat het dier aan de voorkant wit is en aan de achterkant gekleurd. Ook liggen er twee gekleurde kopvlekken over de oren en ogen heen, die tevens de wangen bedekken. Deze kopvlekken dienen zo symmetrisch mogelijk te zijn. De scheiding tussen het wit en de kleur op het midden van het lichaam dient scherp en recht te zijn. De achtervoeten zijn wit. Het gekleurde deel kan allerlei kleuren hebben. Zwart komt echter het meeste voor.
  • Schimmel
    Bij deze dieren zien we veel witte haartjes in de vacht. Het wit mag echter niet overheersen en moet zo gelijkmatig mogelijk over het hele lichaam verdeeld zijn. Ze komen voor in allerlei kleuren, waaronder zwart, rood en gemengd (is een combinatie van rood en zwart).
  • Dalmatiner
    Deze cavia’s zijn wit met dalmatierachtige vlekken. Deze vlekken moeten scherp en goed begrensd zijn en mooi over het lichaam verdeeld liggen. Ze mogen niet in elkaar overvloeien!
  • Rus
    Het is een witte cavia met een chocoladekleurig of zwart masker. Ze hebben rode ogen en de oren en voetzolen donker van kleur. Het masker is rond en niet te klein. Vlakken zijn goed begrensd. De chocokleur vererft recessief ten opzichte van de zwarte kleur. Ze worden geheel wit geboren, de donkere extremiteiten hebben ongeveer 5 maanden nodig om door te komen. Deze cavia’s zijn geen tekeningdieren omdat dit kleurpatroon, in tegenstelling tot de hierboven beschreven tekeningen, vererft. Dit wil zeggen dat twee russen alleen maar jongen voortbrengen die eenzelfde soort kleurpatroon hebben.
 

Enkele Feiten

Levensverwachting

4 tot 8 jaar

Geslachtsrijp zeugje

4-7 weken

Geslachtrijp beertje

4 weken

Dekrijpheid zeug

 4-5 maanden

Dekrijpheid beer

 3-4 maanden

Geboortegewicht

 50-120 gram

Ideale fokleeftijd zeug

5 maanden tot 2 jaar

Ideale fokleeftijd beer

3 - 5 maanden

Volwassen gewicht zeug

 700 - 1000gr

Volwassen gewicht beer

 1000 - 1400gr

Nestgrote

2-5 jongen

Een zeug heeft een y-vormige geslachtsopening

 

Een beer heeft een o-vormige geslachtsopening

 

Beertje Zeugje

 

Huisvesting

In het wild leven cavia’s in families of zelfs in kolonies van zo’n 5 of 6 dieren bij elkaar. De diverse wilde caviasoorten leven in bergen, op savannen en in moerassen, maar vermijden liever het dichte tropisch regenwoud, ze zoeken rotsspleten en verlaten holen op. Deze graven ze niet zelf, zijn deze echter niet beschikbaar, dan gaan ze zelf aan de slag. Holenstelsels van de cavia’s zijn niet diep of ingewikkeld. Ze dienen enkel als schuilplaats, slaapkamer en kraamkamer.

 

Ze zijn onderling vrij verdraagzaam, er bestaat wel een bepaalde rangorde in zo’n groep.Daarom kun je het beste twee cavia’s samen houden. Zelfs twee beren kunnen, wanneer ze jong bij elkaar geplaatst worden en niet reeds in het gezelschap van een zeugje geleefd hebben, goed samenleven! Een ontmoeting op neutraal terrein voorkomt veel ellende. Wrijf een mentholgeurtje onder hun kin om hun geurvermogen te verstoren. Voordat ze dan precies weten wie hoe ruikt, zijn ze aan elkaar gewend.

Cavia’s stellen geen al te hoge eisen aan hun verblijf. Een goed verblijf moet allereerst droog en tochtvrij zijn!! Het moet wel een goede ventilatie hebben. Net als bij andere huisdieren geldt; hoe groter het verblijf, hoe beter.

Cavia’s kunnen op verschillende manieren worden gehuisvest:  

  • Binnenkooien hebben een plastic bovenkant of een draadkooi op de onderbak. Let erop dat de onderbak hoog genoeg is, anders valt er veel zaagsel en hooi naast de kooi. De plaats van de kooi is erg belangrijk. Deze mag niet te warm of te vochtig zijn, het mag er beslist niet tochten.
  • Buitenhokken eventueel met een uitloop en altijd met voldoende plek om te schuilen. Ze kunnen namelijk niet tegen kou, zon en koude wind.Als de temperaturen gaan dalen, moeten ze beslist in een tocht- en vorstvrije schuur of binnenshuis ondergebracht worden. De optimale omgevingstemperatuur ligt tussen de 17 en 24 graden Celsius. Buiten graven ze graag holen; opletten dus!!!!
  • Caviaflats worden meestal door fokkers gebruikt, zo kun je op een kleine oppervlakte veel dieren, soms afzonderlijk, huisvesten.

 De minimum afmetingen voor een kooi of hok zijn:

voor 1 cavia: 60x45x40 cm
voor 2 cavia’s: 90x45x40 cm
voor 3 cavia’s: 110x45x40 cm

Hoe vaak je het verblijf moet schoonmaken, hangt af van de grootte van het verblijf en  het aantal cavia’s dat je daarin houdt, maar gemiddeld twee keer in de week. Oud, niet opgegeten groenvoer moet je ieder dag uit het hok pakken.

Van oudsher wordt er houtvezel gebruikt als bodembedekker. Het zaagsel neemt uitstekend vocht op en stinkt nauwelijks. Een nadeel van zaagsel is dat het veel stof bevat.

Hooi wordt graag als schuilplaats gebruikt en om aan te knabbelen. Het neemt echter te weinig vocht op om als bodembedekker te gebruiken.
Stro is veel te grof en het neemt ook minder vocht op. Hennepstro is een beter alternatief.
Sommige kattenbakkorrels zijn ook geschikt voor cavia’s. Vooral korrels gemaakt van maïskolven nemen veel vocht op.

Een kooi of hok met alleen maar een bodembedekker is een kale boel! Hooi kun je het beste geven in een ruif, zo blijft het schoon en droog om te eten. Drinkwater  geef je in een drinkfles, bakjes kunnen omkiepen of erg vervuilen. Vaak lekken, na verloop van tijd, de flessen wat; plaats er een plat schaaltje onder! Cavia’s zijn ook heerlijke knoeiers!!

Doe het droogvoer in een stevig bak, cavia’s staan graag met hun voorpoten op de rand. Een te lichte bak kiept dan gemakkelijk om.
Ze vinden het heerlijk weg te kruipen in het hooi, geef ze daarom een eigen huisje of kistje!